Onderzoek naar omgevings- en risicofactoren (epidemiologisch onderzoek) voor ALS, PSMA en PLS

13 september 2023

Samenvatting van het artikel

  • Epidemiologisch onderzoek is onderzoek naar het voorkomen, de verspreiding en de oorzaken van een ziekte
  • Het ALS Centrum doet veel onderzoek naar de epidemiologie van ALS
  • In dit artikel leest u over verschillende onderzochte risicofactoren voor ALS en wat hierover bekend is

Het ALS Centrum doet epidemiologisch onderzoek om risicofactoren voor ALS, PSMA en PLS in kaart te brengen. Epidemiologisch onderzoek richt zich op het achterhalen van de oorzaken en risicofactoren voor het krijgen van een ziekte, zoals ALS, PSMA en PLS. Onze onderzoekers proberen uit te zoeken wie door deze ziektes getroffen wordt en welke factoren in de leefstijl en omgeving daarbij een rol spelen, zoals blootstelling aan schadelijke stoffen en eetgewoonten.

Door de jaren heen zijn onderzoekers steeds meer te weten gekomen over ALS, alleen hoe de ziekte ontstaat is nog niet duidelijk. Wel weten we dat het in veel gevallen een combinatie is van erfelijke factoren, omgevings-/risicofactoren en ouder worden. Het onderzoek van het ALS Centrum is erop gericht om elk van deze risicofactoren te vinden.

Onderzoek naar omgevings- en leefstijlfactoren

Om te ontdekken welke leefstijl- en omgevingsfactoren de kans op het ontstaan van ALS kunnen vergroten,  lopen er verschillende onderzoeken in het ALS Centrum. Onderzoekers gebruiken hiervoor voornamelijk data uit de Biobank Neuromusculaire Ziekten (NMZ) (het is mogelijk om u hiervoor aan te melden). Eerst wordt gekeken in welke gebieden in Nederland relatief veel mensen met ALS wonen, zo’n gebied wordt ook wel een cluster genoemd. Vervolgens kijken zij of mensen binnen een cluster bepaalde genetische kenmerken delen en brengen zij leefstijl- en omgevingsfactoren in kaart.  

Alle leefstijl en omgevingsfactoren samen heet het exposoom. Dit zijn alle niet-genetische factoren die gezondheid en ziekte kunnen beïnvloeden. Onderzoekers kunnen het exposoom van mensen uit een cluster vergelijken met dat van gezonde mensen uit hetzelfde gebied, of met dat van mensen in andere clusters. Door verschillen in kaart te brengen, hopen ze te kunnen achterhalen welke omgevingsfactoren bijdragen aan het ontstaan van ALS, of juist een beschermende rol spelen.  

Onderzochte risicofactoren

Niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld wordt onderzoek gedaan naar risicofactoren van ALS. Hieronder vindt u een lijst met een aantal factoren en wat we daar tot nu toe over weten.

Let op! Het is belangrijk om te benadrukken dat een risicofactor niet hetzelfde is als een directe oorzaak. Als iets een risicofactor is voor ALS, betekent dit niet dat het automatisch leidt tot het krijgen van ALS. Roken is bijvoorbeeld een risicofactor voor ALS. Dit betekent niet dat iedereen die rookt ALS krijgt of dat als iemand nooit gerookt heeft, diegene geen ALS kan krijgen. Wel wil het zeggen dat er waarschijnlijk factoren zijn die met roken samenhangen (zoals bepaalde giftige stoffen in de rook of de duur of hoeveelheid rook die iemand binnenkrijgt, of de leeftijd waarop iemand blootgesteld of gestopt is) en het risico op ALS vergroten. Dit risico kan ook afhankelijk zijn van genetische aanleg. Hierdoor kan de ene persoon veel gevoeliger zijn voor risicofactoren dan een andere persoon.

Roken

Er is aangetoond dat roken een risicofactor is voor ALS. Uit resultaten blijkt dat rokers een verhoogd risico op ALS hebben. Ook blijkt de levensduur van mensen met ALS die roken korter dan die van degenen die dat niet doen.  

Alcohol

In grotere data-sets met data van verschillende landen werd geen relatie gevonden tussen alcoholgebruik en het ontwikkelen van ALS. Toch is er ook eerder onderzoek geweest waaruit naar voren is gekomen dat alcoholconsumptie risicoverlagend kan zijn. Het (matig) gebruik van alcohol zou de kans op het krijgen van ALS verkleinen. Deze bevinding is in het internationale EURO-MOTOR project nader onderzocht en bevestigt. Nauwkeurig onderzoek hiervan laat echter zien dat het resultaat mogelijk omgekeerd is, dus dat meer alcohol drinken samenhangt met een hoger risico op ALS. Het laatste woord is hier ongetwijfeld nog niet over gezegd en het is sowieso goed om de algemene negatieve effecten van alcohol niet uit het oog te verliezen.  

Vette vis

Het eten van omega 3-vetzuren, zoals in vette vis, verkleint de kans op sporadische (niet-erfelijke) ALS. Dit blijkt uit onderzoek van het ALS Centrum en is ook een van de resultaten van een jarenlang prospectief Amerikaans onderzoek. Het effect van vitte vis op familiaire ALS is niet onderzocht. Aan de andere kant zijn er ook andere vetten, zoals cholesterol, die het risico op ALS mogelijk vergroten. Niet alle vetten hebben dus hetzelfde effect.

Groenten

De laatste resultaten van het EuroMOTOR-project van het ALS Centrum en ALS-centra in Ierland en Italië laten zien dat het eten van veel groenten het risico op het krijgen van ALS verkleint. Dit effect zou ook kunnen samenhangen met een algemeen gezondere leefstijl bij mensen die veel groente eten en dus mogelijk niet door de groente zelf komen.

Magnesium

Grootschalig Amerikaans onderzoek heeft geen verband aangetoond tussen magnesium inname en het risico op ALS. Er is vooralsnog geen bewijs dat magnesiumtekort het risico op ALS verhoogt en ook niet dat de inname van magnesium een beschermend effect heeft.

Cafeïnehoudende dranken

Uit resultaten van een grootschalige Amerikaanse studie blijkt dat er geen relatie is tussen het drinken van cafeïnehoudende dranken en het risico op ALS. Hierbij is gekeken naar het drinken van koffie, thee en frisdranken met cafeïne.

Uitlaatgassen

Onderzoek van het ALS Centrum toont een verband tussen langdurige blootstelling aan uitlaatgassen en een verhoogd risico op ALS. Binnen het Euro-MOTOR-project van het ALS Centrum en ALS-onderzoeksgroepen in Ierland en Italië is gekeken naar werkgerelateerde blootstelling aan uitlaatgassen en het risico op ALS. De resultaten wijzen op een verhoogd risico, maar dit kon niet met zekerheid worden vastgesteld.  

Pesticiden

Amerikaanse onderzoekers hebben in 2013 alle studies naar pesticideblootstelling en ALS vergeleken in een systematische review (wetenschappelijk onderzoek dat bestaande studies bundelt om een specifieke onderzoeksvraag te beantwoorden). Zij concludeerden dat blootstelling aan pesticiden mogelijk het risico op ALS verhoogt. Organische chloorverbindingen in insecticiden leken daarbij de grootste invloed te hebben. Dit type insecticide werd voornamelijk gebruikt in de jaren ‘40 tot ‘70 van de vorige eeuw. Het ALS Centrum heeft ook onderzoek gedaan naar de werkgerelateerde blootstelling aan pesticiden en het risico op ALS. De onderzoekers vonden echter geen eenduidige relatie tussen de blootstelling en ALS 

Metalen 

Blootstelling aan zware metalen wordt al langere tijd geopperd als risicofactor voor ALS. Ook lood wordt genoemd, maar tot nu toe zonder eenduidig bewijs. Het ALS Centrum doet momenteel onderzoek naar lood als risicofactor voor ALS.

Oplosmiddelen 

Verschillende studies in Amerika hebben gevonden dat blootstelling aan formaldehyde mogelijk het risico op ALS verhoogt. Ook in Denemarken vonden de onderzoekers een verhoogd risico op ALS bij mensen die aan formaldehyde zijn blootgesteld tijdens het werk. Het ALS Centrum heeft onderzoek gedaan naar de blootstelling van alle oplosmiddelen samen, organische en chloorhoudende oplosmiddelen maar vonden geen eenduidige relatie en konden de bevindingen uit eerdere studies niet bevestigen. 

Elektromagnetische velden en elektrische schokken

Het ALS Centrum heeft in de Euro-MOTOR-studie gekeken naar blootstelling aan elektromagnetische velden en elektrische schokken. Uit deze studie bleek dat mensen die door hun werk jarenlang worden blootgesteld aan elektromagnetische velden of elektrische schokken, zoals elektriciens en lassers, mogelijk een licht verhoogde kans hebben op ALS. Uit een andere studie van het ALS-centrum blijkt dat blootstelling aan elektromagnetische velden in de woonomgeving geen verhoogd risico op ALS geeft. Dit verschil heeft waarschijnlijk te maken met de mate van blootstelling.

Vrouwelijke geslachtshormonen

Omdat ALS minder voorkomt bij vrouwen dan bij mannen, heeft het ALS Centrum onderzocht of de blootstelling aan vrouwelijke geslachtshormonen een rol speelt bij de ontwikkeling van ALS. Het onderzoek heeft gevonden dat het risico op ALS vermindert als de menopauze later intreedt. Een langere vruchtbare periode is ook geassocieerd met een langere overleving bij mensen met ALS. Dit suggereert dat een langere blootstelling aan natuurlijke vrouwelijke geslachtshormonen (door een langere vruchtbare periode) een beschermend effect heeft op de motorische zenuwcellen. De laatste resultaten van het Euro-MOTOR project van het ALS Centrum Nederland en ALS-onderzoekscentra in Ierland en Italië laten zien dat het gebruik van orale anticonceptie het risico op ALS lijkt te verkleinen bij vrouwen. 

Lichamelijke inspanning

Er is een verband gevonden tussen het krijgen van ALS en veel bewegen in de vrije tijd. Daarentegen is er geen verband gevonden tussen het krijgen van ALS bij inspanning tijdens werk of extreem zware inspanningen, zoals het lopen van een marathon of het schaatsen van de Elfstedentocht. De voorlopige conclusie is dat niet het sporten/bewegen op zichzelf een risicofactor is voor ALS, maar dat mensen die genetisch een aanleg hebben voor veel sporten/bewegen meer kans hebben op het ontwikkelen van ALS. Toekomstig onderzoek zal hopelijk meer duidelijkheid geven over de precieze relatie tussen sporten (en daaraan gerelateerde blootstellingen) en ALS, PSMA en PLS.

Leeftijd ouders

Daarnaast hebben onderzoekers van het ALS Centrum onderzocht of de leeftijd van de ouders bij de geboorte van kinderen invloed heeft op het krijgen van ALS. In dit onderzoek werd geen verschil gevonden in de leeftijd van de ouders van ALS-patiënten in vergelijking met (gezonde) controlepersonen.

Ziektes in de familie

Uit de gegevens van de database van het ALS Centrum komt naar voren dat in de familie van mensen met ALSiets vaker dementie voorkomt dan bij controlepersonen. Er is geen verschil tussen mensen met ALS en controlepersonen in het aantal familieleden met Parkinson. Wel komen er in de families van mensen met ALS minder hartinfarcten en herseninfarcten voor. 

 

Bent u benieuwd naar een of meerdere van de onderzoeken waarop de bovenstaande tekst is gebaseerd? Neem dan contact op met het ALS Centrum via info@als-centrum.nl, zij kunnen u helpen aan een link naar de wetenschappelijke artikelen.

Overig

Drie regio’s met bovengemiddeld veel mensen met ALS

Hoewel ALS over de gehele wereld ongeveer evenveel voorkomt, zijn er in de West Pacific drie regio’s waar deze ziekte duidelijk vaker voorkomt dan elders.  De grootste van deze drie regio’s is het eiland Guam. Op dit eiland komt een ziekte voor met de symptomen van ALS gecombineerd met Parkinson en Alzheimer (Okumiya et al. BMJ Open 2014; 4(4): e004353). Het voorkomen van de ziekte wordt in dat gebied in relatie gebracht met het eten van zaden waarin β-methylamino-L-alanine (BMAA) zit (Violi et al. Ecotox Environ Saf 2019;172: 72-81). Dit verband is echter nog niet onomstotelijk vastgesteld. De twee andere gebieden waar ALS vaker voorkomt zijn West Papua en de Kii Peninsula in Japan. Bij al deze regio’s is momenteel onvoldoende duidelijk of het risico op ALS vooral gedreven wordt door omgevingsfactoren, genetische factoren of een combinatie van beiden. 

Militairen

In Amerika is onderzoek gedaan hoe vaak ALS voorkomt bij militairen. Als eerste werd beschreven dat ALS vaker voorkomt onder Golfoorlogveteranen dan bij de rest van de bevolking en vaker dan bij andere militairen die niet naar de Golfoorlog uitgezonden zijn geweest. Een latere studie onder Amerikaanse militairen concludeerde ook dat ALS vaker voorkomt onder militairen in het algemeen, niet beperkt tot de eerste Golfoorlog. Zij concludeerden dat militairen mogelijk vaker zijn blootgesteld aan schadelijke stoffen zoals insecticiden, lood, chemicaliën, of dat ze vaker ernstig letsel of infecties hebben gehad of meer fysiek actief zijn. Deze factoren worden verder onderzocht, omdat nog niet bekend is welke hiervan daadwerkelijk een rol speelt.  

Voetballers

Een Italiaanse onderzoeksgroep heeft onderzoek gedaan naar het veelvuldig voorkomen van ALS bij Italiaanse voetbalspelers. Het is onduidelijk waarom er meer ALS voorkomt binnen deze groep mensen, maar er worden verschillende mogelijke oorzaken genoemd. Zo zouden meerdere (hoofd)trauma’s (zoals een hersenschudding), een hogere fysieke inspanning of het gebruik van bepaalde voedingssupplementen of niet-steroïde-ontstekingsremmers een rol spelen. Momenteel is er onvoldoende bewijs dat er een oorzakelijke relatie is tussen veelvuldig koppen (bij voetbal) en het krijgen van ALS, PSMA of PLS.

Deelnemen aan onderzoek

Wilt u deelnemen aan een van de onderzoeken in het ALS Centrum of wilt u een overzicht van alle (lopende) onderzoeken? Klik hieronder om naar de overzichtspagina te gaan.

Meld u aan

Heeft u feedback op dit artikel? Laat het ons weten!

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.