MRI als veelzijdige methode om ALS in beeld te brengen

bram-nitert-3
8 mei 2026
bram-nitert-3

Bram Nitert werkt als arts-onderzoeker in het ALS Centrum. Tijdens zijn studie geneeskunde krijgen twee personen in zijn nabije omgeving de diagnose ALS. Mede daarom kiest hij na zijn studie voor een opleiding tot neuroloog en combineert hij dit met een promotieonderzoek naar ALS. Vrijdag 8 mei mag hij zijn promotieonderzoek ‘verdedigen’. 

Bram heeft onderzocht hoe MRI kan helpen om ALS in alle fasen beter te begrijpen: van jaren vóór de eerste klacht tot aan de achteruitgang na de diagnose. MRI staat voor magnetic resonance imaging, een techniek waarmee o.a. de hersenen in beeld gebracht kunnen worden. 

De zenuwcel als stad

Naast de ‘typische’ plaatjes die je met MRI kan maken van hoe de hersenen er uit zien, kun je met een speciale MRI-techniek ook kijken naar de stofwisseling van cellen in de hersenen. Bram legt dit uit met een duidelijke vergelijking: “Je kunt een zenuwcel (een hersencel) zien als een stad. Daar is een bibliotheek, een fabriek die producten maakt met de kennis uit de bibliotheek, een communicatiecentrum en een supermarkt waar de energie vandaan komt. Alles werkt samen. Wanneer iemand ziek wordt, wordt het leven in de stad verstoord. De stad stort in elkaar; de zenuwcel sterft af. Wij ontdekten met MRI bijvoorbeeld dat wanneer de fabriek begint te haperen, bij sommige mensen de stad direct compensatiemechanismen activeert om overeind te blijven.” 

Het blootleggen van deze mechanismen is cruciaal. “Als we die compensatie met bijvoorbeeld medicijnen kunnen ondersteunen, kunnen we misschien zorgen dat de stad blijft staan en de zenuwcel blijft functioneren” 

De diagnose: sneller duidelijkheid en nieuwe ontdekkingen

Bram vervolgt zijn verhaal, en vertelt hoe MRI kan bijdragen aan een snellere diagnose: “Nu duurt het vaak een jaar voordat de diagnose ALS definitief gesteld kan worden. Eén van de problemen is dat ALS veel op andere ziektes lijkt, zoals MMN (multifocale motorische neuropathie) en CIDP (Chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie). We weten dat ALS zichtbaar is in het ruggenmerg, maar hoe is dat dan in vergelijking met andere ziektes?” 

Door niet alleen naar de hersenen, maar ook specifiek naar het ruggenmerg te kijken, bleek MRI in staat om bij ALS specifieke afwijkingen te tonen. Bram voegt daaraan toe: “De precieze afwijkingen die op de scan te zien zijn in het ruggenmerg, komen daarnaast ook overeen met het spierkrachtverlies dat iemand met ALS klachten ervaart.” 

“Maar met de MRI-beelden kunnen we nog meer.Bram en zijn collega’s lieten een computer honderden MRI-scans analyseren om te kijken welke op elkaar lijken. De computer ontdekte zo drie verschillende groepen. “Een groep mensen met ALS bleek voornamelijk motorische klachten te hebben, de tweede groep juist meer cognitieve klachten. Maar de computer kwam nog met een derde groep, die we daarvoor nog niet kenden: het zogenaamde CPT-type,” legt Bram uit. Bij deze groep zijn heel specifieke hersengebieden aangedaan, waar de letters C, P en T naar verwijzen. Hoewel we op dit moment nog weinig weten over dit nieuw ontdekte type, is het een goed startpunt voor vervolgonderzoek.  

Achteruitgang meten

MRI komt ook van pas bij het meten van ziekteverloop. Als iemand eenmaal de diagnose heeft, is het belangrijk om te volgen hoe snel de ziekte ontwikkelt. Dat is lastiger dan het lijkt. Momenteel gebeurt dat vaak met cognitieve testen, of de neuroloog neemt een lichamelijk neurologisch onderzoek af. 

“Het probleem met die testen is het ‘leereffect’,” vertelt Bram. “Als je een patiënt vaker dezelfde test geeft, worden ze er handiger in. Het lijkt dan alsof ze stabiel blijven, terwijl de ziekte in de hersenen helaas wel achteruitgaat.” 

De MRI-scan blijkt objectiever te kijken naar de motorische hersenschors en de gebieden die ons denken en gedrag aansturen. Bram: “Ons onderzoek laat zien dat de achteruitgang op de MRI veel nauwkeuriger en eerder zichtbaar is dan bij een traditioneel neurologisch onderzoek. Hetzelfde geldt voor de cognitieve testen.” 

Een blik op de toekomst

De conclusie van het proefschrift is helder: MRI is in elke fase van de ziekte een precies en veelzijdig instrument. Bram: “MRI helpt ons niet alleen om de ziekte eerder en beter te begrijpen, maar is ook essentieel om achteruitgang in kaart te brengen. Als een MRI-scan sneller en nauwkeuriger kan meten of een medicijn de achteruitgang stopt, kunnen we veel sneller stappen zetten in de richting van een behandeling.”